Archeologie: schattengraverij of exacte wetenschap?
De steentijdarcheologie heeft een enorme evolutie ondergaan. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was het eerder een soort schattengraverij waarbij men enkel zocht naar gebruiksvoorwerpen zoals pijlpunten, bijlen, schrabbers, e.d. en werd de grond gewoon omgewoeld. Na de Tweede Wereldoorlog werd dit volledig anders aangepakt. Vermits een opgraving slechts eenmaal kan gebeuren, gaat men nu zeer zorgvuldig te werk waarbij men zoveel mogelijk gegevens verzamelt. Vondsten worden nauwkeurig geregistreerd en zoveel mogelijk exact gelokaliseerd. Bodemstalen van de site maken het mogelijk om via pollenanalyse het landschap realistisch te reconstrueren. Wanneer faunamateriaal bewaard is gebleven, wordt dit ook nauwkeurig onderzocht, en dankzij doorgedreven proteïne-analyse en DNA kunnen zelfs fragmentaire botresten belangrijke gegevens opleveren. De steentechnologie wordt nauwkeurig onderzocht om het productieproces te begrijpen en microscopische benaderingen worden gebruikt om de herkomst van de materialen te bepalen evenals het gebruik en de eventuele montage van de werktuigen.
Er zijn verschillende manieren om de ouderdom van een vindplaats te bepalen. Dankzij experimentele archeologie beschikken we ook over een hele referentiebank voor gebruikssporen die het mogelijk maken om het effectieve gebruik te herkennen. Hierbij is de verzameltechniek erg belangrijk: geen contact met metalen voorwerpen, enkel spoelen (zeker niet schrobben), zo weinig mogelijk manipuleren (indien het toch moet, handschoenen gebruiken), belangrijke artefacten afzonderlijk verpakken … Er is ook bijzondere aandacht voor plantaardige residu’s. Deze kunnen ons immers iets vertellen over de manier waarop de artefacten bevestigd werden. Het is dan ook belangrijk dat men al tijdens de opgraving nadenkt over welke analysetechnieken men nadien wil toepassen.
Opgravingen
Tijdens een steentijdopgraving wordt het terrein netjes in vakken van 50 x 50 cm² ingedeeld en per laagje van 10 cm afgegraven en grondig onderzocht. ©BAAC
Daarna wordt het zand nat gezeefd. © Gemeente Zonhoven
In de zeef ligt een geperforeerde rubberen map die aan het trillen gebracht wordt. Op deze manier voorkomt men dat de vondsten beschadigd raken door het schuren op metaal van een klassieke zeef. ©BAAC
Boord van vuursteenkling voor en na gebruik bij het oogsten van graan. ©TraceeLab
Bronnen
Functioneel onderzoek van Laat-Paleolithische en Vroeg-Mesolithische sites in Vlaanderen, Dries Cnuts, Sonja Tomasso, Justin Coppe & Veerle Rots, 2021, Een uitgave van agentschap Onroerend Erfgoed - Wetenschappelijke instelling van de Vlaamse Overheid, Beleidsdomein Omgeving. https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/45075
Luisterverhaal
Orin, Hey, Ik ben Orin Holsteens Ben je hier al eerder geweest? Ik wel. 11.000 jaar geleden stonden onze kampen hier opgeslagen. Eigenlijk is hier niet zoveel veranderd. Er waren toen minder bomen, dat wel. En dan daar beneden de Roosterbeek....die stroomt hier ook nog … Smaakt het water nog altijd zo naar ijzer?
Stap je met me mee terug in de tijd? Wat verderop op de heuvel, staan onze tenten. De eersten zijn van mijn ooms en mijn tantes. En de grote is van onze familie: Mama, papa, mijn zus Lara en mijn kleine broertje Yotin. Hij is pas 4 maanden, mama is bij hem. De rest van de Holsteens is al onderweg naar het open veld. Ze maken zich klaar voor de jacht, de rendierenjacht. Het geeft goed vlees, het houdt de familie sterk. En we hebben nieuwe huiden nodig om ons warm te houden. Want het gaat niet lang meer duren voor het weer gaat vriezen.
De rendieren zullen hier de volgende weken voorbij trekken. Allemaal onderweg naar het noorden, en wij volgen hen. Het is een goeie dag om te jagen. Lekker warm, een graad of 11 denk ik. Ja, warmer wordt het niet in de zomer op het einde van de ijstijd. En in de winter stijgt de temperatuur hier zelden boven het vriespunt uit. Maar dan zijn wij alweer weg, we blijven nooit lang op één plaats, we moeten mee met de rendieren…. te voet uiteraard, want dit is een tijd waarin er geen auto’s zijn, geen scholen, geen gsm’s geen restaurants. Hier hoor je alleen de schrale wind en het huilen van de wolven.
Als je toch met me mee stapt, wil je me dan een handje helpen? Want we kunnen nog stenen gebruiken in het kamp. Ik toon je straks wat we nodig hebben, de ene steen is de andere niet. Kom, en blijf een beetje uit de wind als je wandelt. Anders ruiken de rendieren je en dan zijn ze weg.
We gaan onderweg heel wat jaren doorkruisen. Naar de tijd van de mammoeten bijvoorbeeld of de wolven. En speel zeker ook mee met de uitdagingen, je kan er nog een prijs mee winnen.